Wie de laatste tijd wel eens in de
Efteling is geweest weet dat daar drie jaar geleden een nieuwe achtbaan is
gebouwd: Baron 1898, een spannende dive coaster die gethematiseerd is als een
mijn. Maar wist je ook dat Jacques Vriens een gelijknamig boek schreef dat
hoort bij deze achtbaan?
Jacques
Vriens ken je waarschijnlijk als schrijver van talloze boeken over onder andere
het leven op school, waarvan zijn boeken over meester Jaap misschien wel de
meest bekende zijn. Bovendien zijn er van een aantal boeken van Jacques Vriens
bewerkingen gemaakt voor film, televisie of theater. En nu dus ook een boek
over een achtbaan.
Het
boek Baron 1898 vertelt in grote lijnen hetzelfde verhaal als
er rondom de achtbaan wordt verteld. Het gaat om een man, Gustave Hooghmoed,
die goud vindt onder een woud dat volgens de dorpelingen toebehoort aan de
Witte Wieven. Hoewel de Witte Wieven hem waarschuwen dat hij van het goud af
moet blijven, raakt Gustave verblind door hebzucht en keert terug om een mijn
te bouwen en het goud uit de grond te halen. Ondertussen lezen we over Jochem
en Doortje die werken in de herberg waar Gustave logeert en die ieder op hun
eigen manier proberen op te groeien in de dorpse omgeving waar ze zich tegen
proberen af te zetten, maar zich soms tegelijkertijd in thuis willen voelen. De
Witte Wieven doen hun best om de bouw van de enorme mijn te stoppen, en Gustave
en Jochem, die op dat moment bepaald geen vrienden zijn, komen zelfs samen vast
te zitten in de mijn. Uiteindelijk kan de mijn toch functioneel worden, en
lijken Jochem en Doortje hun kinderdromen waar te gaan maken en toch te ontsnappen
aan de routine van het dorp waar ze opgroeiden.
Jacques
Vriens is erin geslaagd een sfeerbeeld te schetsen van het dorp en de
spookachtige omgeving daarvan. Al vanaf de eerste paar bladzijden krijgt de
lezer een beeld van hoe het er toentertijd aan toe ging en hoe belangrijk de
Witte Wieven wel of niet waren voor de dorpsbewoners. Jacques Vriens zorgt er
wel voor dat de vaart in het verhaal blijft en staat niet langer dan nodig stil
bij beschrijvingen van de omgeving. Die nuance tussen vaart en sfeer wordt heel
duidelijk tijdens de achtervolgingsscène onder de Heksenbult. Hierin wordt de
beschrijving van het grottenstelsel afgewisseld met vragen die gesteld worden
over wat er gebeurt en zelfs door directe weergaven van wat de Witte Wieven
tegen Gustave lijken te zeggen. Wat deze scène helemaal interessant maakt, is
dat deze is gedrukt op zwarte bladzijden. Hierdoor wordt de ernst van de zaak
benadrukt en krijgt de lezer hetzelfde benauwde gevoel als Gustave moet hebben.
Een
andere balans die Jacques Vriens goed heeft weergegeven is in eerste instantie
die tussen het kind zijn en het ouder worden van Jochem en Doortje. In het
begin van het boek, wanneer de twee nog wat jonger zijn, krijgt de lezer wel
iets mee van de gedachten van Jochem en Doortje over of ze wel in het dorp
willen blijven, maar ligt de focus vooral nog op de spanning die het bezoek van
Gustave met zich brengt. Naarmate het boek vordert en de kinderen ouder worden,
denken ze steeds meer na over het volwassen worden, waardoor de lezer de kans
krijgt om een beetje met deze hoofdpersonen mee te groeien. De keuze die de
twee uiteindelijk maken past juist weer heel erg goed bij hun kinderdromen,
waardoor het boek dat iets meer kinderlijke gevoel van de eerste hoofdstukken behoudt.
Het
gebalanceerde van het boek raakt tegen het einde van het verhaal overigens wel
een beetje kwijt. De karakterontwikkelingen gaan dan wel erg snel. Ze zijn niet
allemaal ongeloofwaardig, maar vergen wel behoorlijk wat inlevingsvermogen van
de lezer. Bovendien zorgt met name de heel snelle omschakeling van Doortje
ervoor dat het einde een klein beetje gehaast voelt en alsof er heel duidelijk
naar de achtbaan toe is geschreven en het verhaal zich niet helemaal natuurlijk
heeft kunnen ontwikkelen.
De
illustraties in dit boek zijn door de Efteling zelf verzorgd en passen zeker
qua kleurenpalet erg goed bij de attractie en zorgen ervoor dat attractie en
boek heel duidelijk bij elkaar horen. De toevoeging van allerlei kaarten en
plattegronden laat het verhaal bovendien tot leven komen en geeft lezers de
kans om het gevoel te hebben dat er echt nog iets te ontdekken valt. Een
minpunt wat ik toch wel wil noemen is de afdrukkwaliteit van deze
plattegronden. De lettertjes zijn maar moeilijk te lezen, maar zien er veel te
gelikt uit om het toe te kunnen schrijven aan een geveinsde ouderdom. Hierdoor
komen de plattegronden niet helemaal tot hun recht.
Baron 1898 lijkt kortom erg op de achtbaan: de sfeer en opbouw
zijn mooi, maar naar het einde toe gaat het wel erg snel.
Reacties
Een reactie posten